Heemkunde met de paplepel ingegoten
Annie Haverhals – Willemsz weet nog veel uit haar jeugd.

De werkgroep, die de oprichting van de heemkundevereniging moest voorbereiden, en het voorlopig bestuur bestond louter uit mannen. In het eerste gekozen bestuur was er een betere verdeling tussen mannen en vrouwen. De dames Haverhals en Dancewicz doorbraken de mannencultuur.Waarom was Annie geknipt voor het bestuurslidmaatschap van de heemkundevereniging? Dat had alles te maken met haar vader en opa. Haar vader was aannemer. Regelmatig kwam het voor dat hij een oud huis moest opknappen. Aan tafel vertelde hij dan van zijn werk. Hij probeerde rekening te houden met de oude architectuur en was altijd onder de indruk van de bouwkunst van vroeger.
In de oorlog werd er zelf turf gemaakt van het veen uit Den Dulvert. Er zat toen niets anders op dan dat op een hele ouderwetse manier te doen. Vol aandacht heeft ze staan kijken. In dat veen werd tot ieders verbazing een kannetje gevonden. “Het was misschien wel een Jacoba-kannetje”. Het kannetje werd geschonken aan dokter Winkelman.

In ‘De echo van het Zuiden’ schreef iemand regelmatig iets over de bende van de ‘Witte Veer’. Vol aandacht luisterde Annie naar deze prachtige verhalen uit het verleden van onze streek als haar vader uit de ‘Echo’ voorlas.Maar niet alleen haar vader had iets met het heem, ook bij haar grootvader van vaders kant waren de gevoelens voor geschiedenis niet vreemd. Opa kende vele oude gedichten o.a. van De Genestet. Eén dichtregel herinnert Annie zich nog: ‘In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.’ De lezing over koningin Wilhelmina bij haar afscheid zit nog vooraan in haar geheugen. Dat afscheid heeft haar aangegrepen. Wat een belangstelling was er. “Dat heb ik altijd als fijn ervaren; die saamhorigheid; één grote club.”