Het Sprang-Capelse dialect: Wèèrd om te behaauwe! |
|
Onder deze titel hield Klaas de Groot uit Spijk op 24 november 2008 een lezing over ons èège taoltje.Direct na de vlot verlopen lejevergadering stroomde de zaal vol met vele belangstellenden. Klaas de Groot, wiens moeder geboren en getogen is aan de Hogevaart, logeerde vroeger bekaant iedere vekaansie in Sprang-Capelle. Hij geeft nu les aan de Gomarus scholengemeenschap in Gurkum. De kender op deuz schoewl komme ut ‘n groewt gebied: van Sliedrecht tot Tiel en van Vianen tot Sprang-Capelle. In dat grote gebied wor een rèèke verschaaienhed aan dialecten gesproken en dat trok zijn belangstelling. As-ie effekes tèèd ha aon t’end van ’n les dêêlde-n-ie vraogelèèste êût aan de leerlingen met het verzoek om die in hun eigen dialect te beantwoorden. Zo ontdekte-n-ie de dialectgrenzen en kon vêûl dialectische woorden verzamelen. Wij heurden dat er neffe het Brabants ook nog streek- en plaatselijke dialecten waren en dat er zelfs verschil is tussen het Sprangs en Capels, maar da leste da wiesse de meesten natuurlijk wel. Ook had hij het over ‘isoglossen’ (grenzen tussen twee streektaalvarianten, zoals: mêêstal, merstal, mestal en mistal) en etymologie (leer van de herkomst van woorden). Klaas sprak ons aan in het Sprang-Capels maar dat beheerste hij natuurlijk minder goed dan de mêêste miejse in de zaol. De aanwezigen corrigeerden hem met veel plezier. Hij wist de zaal enthousiast te krèège door plaatselijke uitdrukkingen en woorden te vragen en die werden dan door anderen weer aangevuld of verbeterd. Ook vroeg hij om zoveel mogelijk Sprang-Capelse woorden op te schrèève en tijdens de pauze in te leveren. Na de pauze werden enkele woorden opgenoemd. Daar waren veel algemene Brabantse woorden bij en ook enkele uit Kaatsheuvel en Besoijen. Maar dat mocht de pret niet drukken. Veel bijna vergeten woorden werden weer opgehaald. (zie de voorbeelden in het kadertje) Klaas stelde veur om een werkgroep ‘dialect’ op te richten met als doel: |
|
| Enkele oude Sprang-Capelse woorden | |
| ‘ne mêêns/miejns (een man) ‘n mêêns/miejns (een vrouw) avveseren ‘ne snuk ’n snukske |
’n môôspieperke knageltjes kanschèèl (deksel van een melkbus) roewme ’n poeleke |