“Het slagenlandschap? Nog nooit van gehoord!” Zo’n uitspraak mag natuurlijk niet uit de mond van een Sprang-Capellenaar, Waalwijker of Waspikse komen. Daarom …….
De vereniging voor Heemkunde van Sprang-Capelle e.o. heeft het initiatief genomen om een lespakket te ontwikkelen over het slagenlandschap. Twee leden van de vereniging hebben zich daarvoor ingezet: Rien Visser en Ad Wagemakers. Drie ideeën gaan achter dit initiatief schuil. - Leerlingen uit groep 7 of 8 kennis laten maken met hun leefomgeving. - Leerlingen uit groep 7 en 8 zelf laten ontdekken hoe waardevol het slagenlandschap is; een kenmerkend onderdeel van hun leefomgeving. - Leerlingen uit groep 7 of 8 kennis laten maken met het landschap waarin hun voorouders geleefd en gewerkt hebben.
Verantwoording In kerndoel 56 van de basisschoolleerstof staat dat de leerlingen enige kennis verwerven over en waardering krijgen voor aspecten van cultureel erfgoed. De vereniging voor Heemkunde vindt dat het slagenlandschap tot ons cultureel erfgoed behoort. Het is van belang dat leerlin-gen enige kennis verwerven over en waardering krijgen voor aspecten van het slagenlandschap.
Mooie woorden ….. Leerlingen gaan zelf ontdekken wat het slagenlandschap is. Aan de hand van opdrachten ervaren zij het karakteristieke van dat landschap. Allerlei doe-opdrachten activeren de leerlingen om met hoofd, hart en handen waardering te krijgen voor ons slagenlandschap.
Dat er tijdens een dagdeel verblijven in het slagenlandschap allerlei ontdekkingen in de natuur gedaan worden, is vanzelfsprekend. En is daardoor aanvullend of vervangend voor delen van thema’s uit de lessen biologie. De rol van de mensen in het landschap is een onderdeel dat bij de geschiedenisles past. Een leidende vraag daarbij is waar je ‘de hand van de mens’ in het landschap ziet.
In de klas Ad Wagemakers heeft een boekje geschreven over de historische achtergronden van het slagenlandschap. Niet alleen het verleden komt aanbod maar ook is daar informatie te lezen over het heden en de toekomst van dit deel van het gebied. De docent kan dit boekje gebruiken om in de klas de leerlingen voor te bereiden op de opdrachten in het landschap. Lang niet alles kan aanbod komen in de klas, maar er is een keus te maken. Tevens geeft het veel achter grondinformatie voor de docent.
Lesbrief De lesbrief, die bijgesloten is, kan enkele dagen voor het bezoek aan het slagenlandschap in de klas gemaakt worden. Het geeft een goede voorbereiding op de opdrachten in het veld. De lesbrief kan afgesloten worden met het vertonen van de dvd ‘Landschap als erfgoed’, een film gemaakt door de heren P. de Jongh en J. van Eersel. Via Google Earth is het slagenlandschap ook mooi van boven te bekijken.
Vooraf De gidsen die het lespakket begeleiden gaan er vanuit dat er in de klas minstens één les aan het slagenlandschap besteed wordt. Belangrijk! De docent moet ook de begeleiding voor de leerlingen organiseren. De leerlingen werken in groepjes van 4 á 5 leerlingen onder begeleiding van een ouder. De gidsen geven de inhoudelijke en praktische begeleiding. De docent blijft verantwoordelijk voor het gedrag van leerlingen en ouders. Het slagenlandschap wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Wij zijn dus te gast bij Staatsbos-beheer. En wij verblijven in een prachtig natuurgebied. Gast zijn en een prachtig natuurgebied vragen om een passende gedragscode: respectvol gedrag naar de natuur en de mensen. De school zorgt voor het vermenigvuldigen van de opdrachten. Het is verstandig dat elke leerling een opdrachtenblad heeft. Dat bevordert het enthousiasme om zelf de opdrachten uit te voeren. De school heeft ook de plicht de ouders en begeleiders op de hoogte te brengen van de inhoud van het programma. De vereniging voor Heemkunde zorgt er voor dat alle materialen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten ter plekke aanwezig zijn.
Op de dag zelf De groep leerlingen, ouders en docent worden om 9.15 uur of 13.15 uur bij de fietsenstalling in het midden van de Koesteeg in Sprang-Capelle verwacht. Het tijdstip hangt van het bespro-ken dagdeel af. Bij de fietsenstalling wordt de groep opgewacht door de gidsen. De gidsen begeleiden de groep naar de plaats waar de opdrachten uitgevoerd gaan worden. Zij geven daar een korte inleiding en de leerlingen gaan in groepjes aan de slag. De docent heeft voor elke leerling een opdrachtenblad bij zich. Het lesprogramma eindigt om 11.30 uur of 15.30 uur. Het is een drassig gebied. Dus laarzen zijn aanbevolen. Regenkleding meenemen, is aan te bevelen. Het programma gaat altijd door. De school neemt de beslissing om het programma af te gelasten. De school brengt de gidsen daarvan vroegtijdig op de hoogte.
Achteraf De vereniging voor Heemkunde stelt het op prijs wanneer de school reageert naar de gemeente Waalwijk, zoals in opdracht 5 is gevraagd. De brieven van de leerlingen kunnen gestuurd worden naar de heer P. de Jongh, consulent natuur en milieu educatie van de gemeente Waalwijk. U richt het schrijven aan: Gemeente Waalwijk t.a.v de heer P. de Jongh Postbus 10150 5140 GB Waalwijk. De heer Piet de Jongh ondersteunt het initiatief van de vereniging voor Heemkunde van Sprang-Capelle e.o. van harte. Het lespakket past helemaal in zijn consulentschap natuur en milieu educatie. Daarom kunnen de scholen hun kosten voor het lesprogramma van € 60,00 in zijn geheel declareren bij de gemeente Waalwijk t.a.v. de heer P. De Jongh.
De vereniging is ook benieuwd naar de waardering voor het lespakket door de gebruikers, in positieve of negatieve zin. Wij luisteren daarnaar en proberen het lespakket dan aan te passen. |
|