Opdracht 1: Lees onderstaande tekst.


Rond 1300 kwamen de eerste ontginners in onze streek


De Graaf van Holland gaf stukken grond aan een aantal gezinnen om deze te ontginnen. Ieder kreeg één hoeve ‘wildernis’.

Geschiedkundigen nemen aan dat de eerste bewoners uit de streek kwamen ten noorden van de Oude Maas, wat wij nu het

land van Heusden en Altena noemen. Je moet je voorstellen dat het van af de Oude Maas tot aan de Zuidhollandsedijk een

groot moerasgebied was en dit strekte zich uit naar het westen van af Besoyen tot Waspik, Raamsdonk en ’s Gravenmoer.

Deze eerste bewoners woonden in plaggenhutten of een woning gemaakt van houten palen met een bedekking van riet,

gebouwd op de oeverwal aan de zuidkant van de Oude Maas. De rivier had in de vele jaren hiervoor plaatselijk grote

hoeveelheden zand afgezet. Dit waren kleine zandduinen die een verhoging in het landschap vormden en waar de eerste

bewoners een stevige en droge bodem hadden voor hun huizen. Zo’n verhoging in het landschap werd ook wel een donk

genoemd, denk hierbij aan het dorp Raamsdonk.