Lees eerst wat hier onder staat.
Het landschap dat je hier ziet, heeft een lange geschiedenis achter de rug. Graaf Willem III van Holland gaf stukken ‘woeste’ grond aan enkele gezinnen om te ontginnen. Per gezin kreeg men één hoeve ‘woeste’ grond. Een hoeve was in die tijd een normale ontginningsmaat. Één hoeve was 96 meter breed en 1600 meter lang en werd ook een ‘slag’ genoemd. Van de woeste grond werd eerst het veen afgegraven. Daar werd turf van gemaakt. De pas ontgonnen gronden werden gebruikt om landbouwgewassen te verbouwen waaronder boekweit. Later werden de woeste grond gebruik voor weiland en hooilanden. Kenmerkend voor het landschap waren de smalle en zeer lange percelen, met hiertussen de vele sloten en elzenheggen langs de slootkanten. Dat is nu het slagenlandschap en daar sta je midden in.
Wat heb je nodig voor deze opdracht? • een meetlint; een lange stok; potloden
1. Loop naar het bord met de letter A. Kijk eens om je heen. Wat zie je het meest? Zet de volgende woorden in de volgorde van meer naar minder: sloten, bomen, weilanden, vogels, huizen meest ……….. …………. …………. ……….. ………… minst
2. Het water wat je ziet, zijn sloten en waar gras ligt, is weiland. De rij bomen die aan de rand van de sloot en het weiland staan, noemen we een houtwal. Teken een doorsnede van de sloten, weilanden en houtwallen. Om dit goed te kunnen tekenen moet je eerst de maat weten van sloten, weilanden en houtwallen. Gebruik daarvoor de lange stokken die er liggen. Tip: om de doorsnede te tekenen is het handig om 2 meter in werkelijkheid, te tekenen als 1 cm in je doorsnede.
OPDRACHT 2
Lees eerst wat hier onder staat.
Je weet waar prikkeldraad voor gebruikt wordt, toch? Honderden jaren geleden was er nog geen prikkeldraad. Als afscheiding tussen weilanden werd een houtwal ingeplant. In het slagenlandschap zijn daarvoor elzen gebruikt. Ook zijn elzen geplant om de oevers van de sloten te verstevigen. Het elzenhout gebruikte men ook als geriefhout. De mensen maakten er prima waterdichte klompen van en ze stookten er de kachel mee. Tegenwoordig is een houtwal ook belangrijk voor de natuur. Wat voor dieren kunnen in zo’n houtwal leven? Vogels bouwen hun nesten. Kleine zoogdieren vinden er beschutting. En wat denk je van al die kleine insecten!
Wat heb je nodig voor deze opdracht? • de zoekkaart voor bomen en struiken; potloden
1. Loop naar het bord met de letter B. Je staat nu bij een houtwal. De meeste bomen die je ziet zijn elzen. Teken het blad en de zaden van de els hier onder.
2. Loop langs de houtwal en ontdek een andere boom dan de els. Wanneer je een andere boom gevonden hebt, dan zoek je de naam van de boom in de zoekkaart ‘bomen’. Zoek minstens drie verschillende bomen. Teken hun blad, bloemen of zaden hier onder.
3. De bomen worden regelmatig afgezaagd of afgehakt. Waar aan kan je dat zien? antwoord:
4. Je ziet hier in de buurt een stapel stammen van ca. 1 meter liggen. Hoeveel van die stammen heb je nodig om één kubieke meter hout te maken? Een kubieke meter is een stapel hout van 1 meter breed, 1 meter lang en 1 meter hoog. antwoord:
Hoe ben je aan het antwoord gekomen?
OPDRACHT 3
Lees eerst wat hier onder staat.
Een houtwal en zijn omgeving bruist van leven. Kijk eens om je heen. Je ziet vast en zeker vogels in de houtwal, op het weiland of in de sloot. Zoogdieren, zoals muizen en reeën hebben zich verstopt of zijn gevlucht. Maar er is ook een groep dieren die nog zijn achtergebleven. Het zijn kleine dieren zoals spinnen en insecten. Misschien dwarrelt er ergens nog wel een vlinder rond. Je zult ontdekken dat er in een houtwal veel te beleven valt.
Wat heb je nodig voor deze opdracht? • een witte doek; • een loeppotje en een loep; • een zoekkaart ‘insecten’.
1. Loop naar het bord met de letter C. Zoek in de houtwal een boom met laaghangende takken. Spreid de witte doek onder de takken uit en schud aan de tak. Er vallen nu allerlei kleine beestjes op je doek. Vang ze met het loeppotje en bekijk ze goed. Doet dat een aantal keren op verschillende plaatsen. Je kunt ook zonder doek allerlei insecten zoeken. Tel de poten van die kleine beestjes. Sommige hebben zes poten, andere acht. Teken een diertje met zes poten en eentje met acht.
2. Pak de zoekkaart ‘insecten’ en zoek de naam van de beestjes op. Schrijf de naam van vijf beestjes op.
………… ………… ………… …………. ………….. 3. Bekijk de bladeren van een boom eens goed. Waaraan kan je zien dat er insecten aanwezig zijn? Antwoord:
4. Behalve insecten zijn er nog meer dieren die zich verborgen hebben. Op het weiland om je heen zie je wat boomstammen liggen. Kijk eens heel voorzichtig onder een aantal boomstammen. Schrijf eens op wat je daar tegenkomt. Antwoord:
OPDRACHT 4
Lees eerst wat hier onder staat.
Jullie weten allemaal wat een sloot is. Wanneer je aan de slootkant staat en je kijkt naar het water dan lijkt dat maar een saaie bedoening. Hoewel, als je goed kijkt dan is er toch wel wat beweging op het water. Het is echt niet saai. Want onder het wateroppervlak is er van alles te beleven. Daar moet je wel enige moeite voor doen. Maar dan zal jij je verbazen over wat er allemaal in dit slootje leeft aan diertjes en planten. Die planten moet je niet vergeten. Want geloof het of niet, zonder planten zijn er geen dieren in het water.
Wat heb je nodig voor deze opdracht? • een schepnetje; • een klein aquarium; een plat bakje; • een loep; • een zoekkaart ‘waterdieren’; • een zoekkaart ‘waterplanten’.
1. Loop naar het bord met de letter D. Bij dit bord staat een aquarium. Doe er water in. Loop heel voorzichtig naar de slootkant en ga een aantal keren met je schepnetje heen en weer door het water. Denk er om: niet over de bodem want dan wordt het water modderig en zie je niets. Maak je schepnetje nu leeg in het bakje en daarna doe je de beestjes in het aquarium. Wat zie je nu? antwoord:
2. Pak je loep en de zoekkaart ‘waterdieren’ en probeer de naam te vinden van de dieren die je geschept hebt. Schrijf de namen op. ………….. ………… ……………. ………………. …………….
3. Kijk naar de diertjes in het aquarium. Beschrijf eens hoe zij zich bewegen in het water? antwoord:
4. Loop langs de sloot en zoek een aantal waterplanten. Probeer de naam te vinden met behulp van de zoekkaart ‘waterplanten’.
…………. …………….. …………….. ……………….
5. Waterplanten zijn nodig voor gezond slootwater. Waarom?
antwoord:
OPDRACHT 5
Lees eerst wat hier onder staat..
Het slagenlandschap bestaat uit sloten, houtwallen en weilanden. In die weilanden grazen koeien. Maar er is niet alleen gras. Er is nog veel meer te zien: weideplanten.
De laatste 15 minuten van deze opdrachten zoek je een rustig plekje in het weiland. Niet zomaar een plekje. Maar je gaat op zoek naar een plekje waar je veel verschillende bloemen ziet.
1. Kies een bloem die jij het mooiste vindt. Teken de stengel, het blad en de bloem.
2. Het slagenlandschap moet blijven. Door de ruilverkaveling van 1970 is een deel van het slagenlandschap verdwenen. Ook de uitbreiding met huizen en wegen is een bedreiging voor het landschap. Bedenk met elkaar wat je in een brief aan de gemeente Waalwijk zult schrijven waarom het slagenlandschap waardevol is en bewaard moet blijven. Schrijf wat je met elkaar bedacht hebt hieronder op. De echte brief schrijf je pas op school.
|
|