DE GRENZEN DER VOORMALIGE GEMEENTE CAPELLE

A.L. van Geertrui Streekarchivaris

 

Op woensdag 13 januari 1819, een dag na het opnemen der grenzen van de gemeente Vrijhoeven-Cappel, paalden landmeter H. van Dijk, burgemeester Roeland Middelkoop, Jan Huijsman en Gerrit Verheijden, het grondgebied van Capelle af. Deze plaats, gevormd door de voormalige ambachtsheerlijkheden Nederveen-Capelle, Zuidewijn-Capelle en

's-Grevelduin-Capelle, kende in die tijd negen buurtgemeenten, te weten Dussen, Meeuwen en Drongelen in het noorden, Besoijen, Sprang en Vrijhoeven-Cappel in het oosten, Loon op Zand en Dongen in het zuiden en Waspik in het westen. De gemeenten Meeuwen en Drongelen werden in 1923 bij Eethen gevoegd en bij een volgende gemeentelijke herindeling in 1973 viel Eethen toe aan de omliggende gemeenten Dussen, Heusden, Woudrichem en Aalburg. Besoijen werd in 1922 met Waalwijk en Baardwijk samengevoegd tot de nieuwe gemeente Waalwijk.
De wandeling van 26 kilometer 373 meter begon in het noordwesten, waar de gemeenten Capelle, Waspik en Dussen elkaar ontmoetten aan de oostzijde van een perceel bouwland van Willem Timmermans. In samenspraak met burgemeester P.J. Stael beschreef men de grens met Dussen aldus: “gaande door een uitwatering sloot welke eerst langs de noordzijde van eene kade loopt en vervolgens een weinig lings om, langs de west en noordzijde van een polder genaamd Meijerswerff, tot aan de ontmoeting van een andere sloot scheidende eene weide toebehorende aan Adriaan van Dinther en mede-eigenaren, gelegen op het grondgebied van Dussen, en een dito toebehorende aan de erve Nicolaas Boom, gelegen op het grondgebied van de gemeente Meeuwen.”
De grens met de gemeente Meeuwen van 2 kilometer 276 meter bestond uit:
“de uitwateringsloot van Meijerswerff zuidwaarde ingaande, tot aan de ontmoeting van een andere sloot genaamd de Scheisloot. Vandaar in een schier regte lijn oostwaards, door gezegde Scheisloot langs de noordzijde van eene kade, dwars over den weg genaamd de Veerpad van Capelle, tot aan de vereeniging van denzelven met de vaart genaamd den Meeuwsche Gantel. Vandaar door gezegde Gantel, tot aan een uitwateringsloot, scheidende eene weide van Hendrik Janse de Jong onder Capelle, van een dito van de erve Adriaan Stam de Jonge, onder Meeuwen gelegen. Van hier dient gezegde uitwatering tot grensscheiding, tot aan de ontmoeting van een sloot welke tot scheiding dient tussen een perceel weiland van Bartholomeus van der Hoeven onder Meeuwen, en een dito van Pieter Joseph Staal onder de Gemeente Drongelen gelegen”. Deze vaststelling geschiedde in aanwezigheid van burgemeester Van Bleijswijk Parvé.
Verder oostwaarts gaande "door de sloot, scheidende eene weide van de erve Marinus Pols onder Capelle, en een dito van Pieter Joseph Staal onder Drongelen gelegen, doorsnijdende vervolgens een weg genaamd de Sasdijk, en verder door een sloot welke tot scheiding dient tusschen eene weide van Adriaan Vermeulen onder Capelle, en een dito van Pieter Joseph Staal onder Drongelen, tot aan de ontmoeting van de rivier het Oude Maasje. Vandaar lings om, door het bed van deze rivier tot aan een sloot langs de westzijde van een perceel weiland genaamd de Elanden" lag de grens tussen de gemeenten Capelle en Drongelen met een lengte van 2 kilometer 787 meter. Burgemeester W.J. Millenaar kon zich met deze beschrijving verenigen. Het meest noordoostelijke punt van Capelle was bereikt en de wandeling zette zich voort naar het zuiden.
De gemeente Besoijen had burgemeester D. Wijnen en W. Brok afgevaardigd voor de vaststelling van de 3 kilometer 247 meter lange grens met Capelle. Deze liep "door een sloot langs de westzijde van een kade in eene zuidelijke rigting, tot aan een watersloot genaamd de Sprangsloot. Vandaar in dezelfde rigting, door deze waterloop tot aan den Zeedijk vervolgens dezen dijk doorsnijdende, langs de westzijde van een weg genaamd de Meerdijk, tot aan een andere waterloop genaamd de Meerdijksloot makende aldaar een uitgaande hoek op Capelle".
De volgende aangrenzende gemeente was Sprang, waarvoor burgemeester Vergouwen als vertegenwoordiger optrad. Het ging hier om een lengte van 618 meter, bestaande uit "eene waterloop westwaards invloeijende tot aan een sloot scheidende een perceel weiland, toebehorende aan Maria Boezer onder Capelle, van een dito van Laurens Ant. van Dijk onder Sprang gelegen. Vandaar noordwaards door deze sloot tot aan de Zeedijk, vervolgens dwars over dezen Dijk in de verlengde rigting van deze sloot, tot aan de noorderteen van de Zeedijk. Vandaar lings om door de sloot langs de teen van den dijk tot in de verlengde rigting van de sloot, langs de oostzijde van een weg genaamd den Diefdijk".
Vervolgens bepaalde men de grens met de gemeente Vrijhoeven-Cappel in aanwezigheid van burgemeester Joost van den Hoek en Jan Smits. De 3.645 meter werden als volgt vastgelegd: "door de sloot langs de noordzijde van de Zeedijk, tot aan de ontmoeting van een andere sloot, scheidende een perceel weiland, toebehorende aan Meeuwis Smits gelegen onder Capelle, van een dito, toebehorende aan Adriaan Adriaanse van der Hoeven, onder Vrijhoeven-Cappel gelegen. Vandaar deze sloot volgende in eene noordelijke rigting, tot aan een uitwatering genaamd de Schouwsloot van de Dellen, vervolgens lings om langs de noordzijde van deze uitwatering, tot aan het Kanaal genaamd de Hogevaart, en verder dwars over deze vaart in een weg genaamd de Vrijhoevensche kade, tot in de sloot langs de westzijde van deze kade, op het punt waar een dwarssloot tegen den zelven stuit. Vandaar zuidwaards, door de sloot langs de westzijde van deze kade, tot aan den Hogevaart, tot aan de ontmoeting van de Vrijhoevensche straat. Vandaar in dezelfde rigting, door een sloot,langs de westzijde van een weg genaamd Quijrijnsch Steegje, tot aan den Loonschen dijk, tegen de zuidzijde van deze weg".
De grens met de volgende gemeente, Loon op Zand, had tot begin negentiende eeuw onderdeel uitgemaakt van de scheidslijn tussen Noord-Brabant en de provincie Zuid-Holland en dit was volgens de beschrijving in het landschap nog zichtbaar. Lopende "door de zuidzijde van den weg genaamd den Loonschen dijk, tot aan een steene grenspaal staande op deze weg, nabij het huis van Pieter Leempoel en mede-eigenaren. Vandaar lingsom, in een zuidelijke rigting, over de scheiding tusschen het huis en land van de weduwe Peter Janse de Rooij, onder Capelle, en het huis & land van Pieter Leempoel en mede-eigenaren onder Loon op Zand gelegen, doorsnijdende een weg genaamd den Wittendijk, en verder door een slootje, tot aan een moeras genaamd den Hoek. Van hier in dezelfde rigting en regte lijn, over dit Moeras, tot in en door een sloot, scheidende een huis en land van Arnoldus de Roon onder Capelle (staande ten noorden van dit huis op de kant van de sloot een steene grenspaal), en een huis en land van Gerard Paans onder Loon op Zand gelegen, stuitende aldaar tegen den weg van het gehugt de Zandschel, alwaar den weg begint genaamd den Loonschen dreef. Vandaar door de sloot langs de westzijde van de Loonsche dreef lopende in een regte lijn, tot aan de plaats waar dezelve een kleine bogt maakt, alwaar een steene paal staat op deszelfs westzijde”. Voor deze grensbeschrijving met een lengte van 4.025 meter tekende burgemeester J.C.Tijsmans. 
Vanaf de genoemde paal grensde de gemeente Capelle aan Dongen, waarvoor burgemeester P. Huijlman aanwezig was. Het ging hier om de kortste lengte, namelijk 582 meter. Gaande "westwaards langs de noordzijde van een perceel heide genaamd de Vogelenzang, toebehorende aan Willem Versteegen, gelegen onder Dongen, tot aan een perceel hakhout genaamd de Hanekop, toebehorende aan de erve Dominee Leemans gelegen op het grondgebied van Capelle. Vandaar in dezelfde rigting scheidende laatst gezegde perceel van de Vogelenzang, tot aan de sloot van een perceel hakhout van Willem Timmermans gelegen op het grondgebied van Waspik".
De westelijke grens van Capelle's grondgebied, gelegen aan de gemeente Waspik, bedroeg 8.471 meter. Deze liep "door een sloot, scheidende een perceel hakhout gezegd den Hanekop, van de erve Dominee Leemans, van een dito toebehorende aan Willem Timmermans, tot aan een sloot genaamd de Bovenste Leij, vervolgens in dezelfde rigting, door de sloot scheidende een perceel heide van Judocus den Ouden en mede-eigenaren, onder Capelle, van een perceel hakhout toebehorende aan den Heer van Waspik, en een perceel heide van Arnoldus de Roon en mede-eigenaren, beide onder Waspik gelegen, tot aan de.ontmoeting van een waterloop genaamd de oude Leij. Vandaar door deze waterloop welke eerst west en vervolgens noordwaards heen vloeit, tot aan een sloot, nabij het gebouw genaamd het Planken Huisje, scheidende een perceel weide en hakhout, toebehorende aan Cornelis de Rooij, onder Capelle, van een perceel weide en moeras aan Adriaan Dekkers onder Waspik gelegen. Vandaar door deze sloot, alwaar verder aan de zijde van Capelle een perceel moeras en wildernis van de gemeente van Waspik tegen ligt, tot aan de ontmoeting van een weg en voetpad genaamd den Dorpsweg. Vandaar deze weg doorsnijdende, door een sloot scheidende een moerveld van Pieter Dargée, en een weide van Willem Zijlmans, beide onder Capelle gelegen, tot aan de weide van Maria Wensels, vervolgens door een sloot langs deze weide, welke aanvankelijk een kleine kromte maakt, en vervolgens stuit tegen de bouwlanden”. Een perceel van Antoni Verschuren werd aan de gemeente Waspik toegewezen, waardoor de scheiding langs de oostzijde kwam te liggen met aan de westzijde op Capelle's grondgebied een perceel land van Cornelis Snellis, waarna een voetpadje volgde en een perceel bouwland van Wouter Willemse Zijlmans. De grens vervolgde "vandaar lings om, over dit voetpadje, tot aan een weg en wal genaamd de Geer. Vandaar over deze wal, langs de westzijde van de weg, tot voorbij het land van Matijs Kivits, alwaar gezegde wal door een slootje vervangen wordt, mede langs de westzijde van de weg, en welke vervolgens tot grensscheiding dient, tot aan een steene grenspaal op de kant van de sloot staande, nabij de plaats waar de weg de Geer genaamd, zich met dien genaamd de Vrouwkensvaart vereenigt". Vervolgens verkoos men volgens de richtlijnen van de Methodieke Verzameling, met name artikel 74, voor een natuurlijke grensscheiding in plaats van een doorsnijding van weilanden en hieraan werd bij Koninklijk besluit van 6 juni 1820 no. 69 goedkeuring gehecht. De beschrijving luidde als volgt: "Van de steene paal staande nabij de vereeniging van den weg genaamd de Geer, met dien gezegd de Vrouwkensvaart, door de sloot langs de oostzijde van de weg de Vrouwkensvaart, tot aan de waterloop genaamd de Watergang vervolgens regtsom door deze waterloop tot aan de sloot tusschen de weiden van Willem Marcelisse Zijlmans en Lambert Janse Zijlmans, verder een sloot, langs de westzijde van de weide van Roeland Middelkoop en mede-eigenaren, tot aan den Zeedijk. Vandaar dezen Dijk doorsnijdende in dezelfde rigting door de sloot alwaar aan de zijde van Capelle een perceel weide van Gerrit Talen en een dito van Willem Timmermans tegen gelegen zijn, stuitende aldaar tegen een waterloop en weg genaamd de Oude Straat. Vandaar regts om door de waterloop tot aan de ontmoeting van een perceel weiland van Adriaan Vermeulen”. De grens kwam aan de oostzijde van dit weiland te liggen en verder noordwaards in eene regte linie, doorsnijdende de rivier het Oude Maasje, tot aan de ontmoeting van eenige wei en bouwlanden genaamd Juffrouw Weide, vervolgens in dezelfde rigting over een perceel bouwland van Willem Timmermans tot in de sloot langs de noordzijde van gezegde bouwland, stuitende aldaar tegen het grondgebied der gemeente van Dussen". 
Men was weer bij het uitgangspunt, in het noordwesten van de gemeente Capelle aangekomen en had daarmee de beschrijving van de grenslijn der gemeente Capelle voltooid. Het opgemaakte proces-verbaal kon pas op 7 maart 1823 worden gesloten, nadat bij Koninklijk Besluit van 6 juni 1820 no. 69 een definitieve uitspraak over de grens met de gemeente Waspik was gedaan en nadat Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Brabant zich op 30 september 1822 hadden verenigd met de beschrijving van de grenzen met Dussen, Meeuwen, Drongelen, Besoijen, Sprang, Vrijhoeven-Cappel, Loon op Zand en Dongen.
Voor de kadastrale opmeting verdeelde men het grondgebied van de gemeente Capelle in acht secties. Deze kregen de volgende benamingen:

sectie A Overdiep
sectie B Nederveen-Cappel
sectie C Labbegat
sectie D Zuidewijn-Cappel
sectie E Heijstraat
sectie F Hogezandschel
sectie G Willemsvaart
sectie H 's-Grevelduin-Cappel
Ter scheiding van de rivieren de Maas en Waal werd in de laatste decennia van de vorige eeuw de Bergse Maas gegraven door het onbedijkte gebied ten noorden van het Oude Maasje van het Heleinde nabij Hedikhuizen tot de rivier de Donge (Zie Bruggeske 1987 no. 2). Een herziening van de noordelijke gemeentegrens was noodzakelijk. De wet van 23 juli 1908 voorzag hierin. Deze bepaalde voor de gemeenten Made en Drimmelen, Dussen, Munster en Muilkerk, Meeuwen, Hill en Babyloniënbroek, Drongelen, Hagoort, Gansoyen en Doeveren ten noorden en de gemeenten Raamsdonk, Waspik, Capelle, Besoijen, Waalwijk en Baardwijk, ten zuiden van de Bergse Maas, de grenslijn als volgt: "gelegen op de helft tusschen de normaaloeverlijnen van die rivier, van haar snijpunt met de noordoostelijke grens tusschen de gemeenten Geertruidenberg en Made en Drimmelen tot haar snijpunt met kilometerraai XXXVIII." De gemeente Capelle moest een deel van haar grondgebied afstaan ten gunste van Dussen, Meeuwen en Drongelen.

oppervlakteschets

oppervlakteschets1

oppervlakteschets2

 

NASCHRIFT VAN DE REDACTIE
Gedurende eeuwen heeft een met de hand bediende veerpont gezorgd voor de verbinding met het grondgebied van Capelle ten noorden van het Oude Maasje. Toen evenwel de Bergse Maas gegraven zou worden zou het toch al te dol worden indien men van twee veerponten gebruik zou moeten maken, nl. eerst die over het Oude Maasje en vervolgens die over de Bergse Maas. Daarom meende de gemeenteraad van Capelle, die voor het graven van de Bergse Maas nog enige percelen grond met opstallen aan het Rijk diende over te dragen, het niet op onteigening te moeten laten aankomen. Op 21 februari 1891 besloot de raad tot verkoop van de betrokken percelen met huis en erf, de veerpont alsmede het recht van veer over het Oude Maasje voor de som van f 26.142,-- en voorts onder beding, dat er een vaste brug van Rijkswege over het Oude Maasje zou worden gebouwd en tot dat die brug zou zijn opengesteld het bestaande veer, van Rijkswege evenals tot dusverre onafgebroken zou worden in stand gehouden. De ophaalbrug, want dat werd het, werd gevormd door twee vaste overspanningen van gelijke grootte, elk lang 25 m. en hoog 3.12 m., waartussen een beweegbaar gedeelte was ten behoeve van de scheepvaart op de achtergelegen Langstraatse havens. De onderbouw bestond uit twee gemetselde landhoofden en twee houten onderjukken met ijzeren bovenjukken. Het beweegbare gedeelte werd gevormd door een dubbele klepbrug. De vrije doorvaartwijdte bedroeg 10 m. de breedte tussen de leuningen van de brug bedroeg op het vaste gedeelte 5.10 m en op de ophaalbrug 3.60 m. Een afbeelding van de brug, zoals die voorkwam in het bestek is hierna opgenomen. De aanbesteding vond plaats tegen het einde van 1890. De brug kwam klaar tegen het einde van 1891 (behoudens het verfwerk) en werd toen voor het verkeer opengesteld, waarna het bestaande pontveer over het Oude Maasje werd opgeheven. 

De kosten hebben voor het Rijk bedragen: 

A

aankoop van het pontveer, het veerhuis, het terrein van de brug en de toegangswegen

f 27.168,495

B

het maken en stellen van de ijzeren bovenbouw

f 26.210,--

C

het maken van de onderbouw

f 21.840,--

D

het maken van beveiligingswerken (remmingswerk, stoppalen, leuningen)

f 7.769,--

 

Totaal

f 82.987,495

Deze brug werd in de gevechten om ‘het eiland’ bij het Capelse veer in november 1944 door de Duitsers opgeblazen. Nadien is er als noodbrug een Baillybrug door de geallieerden gebouwd, waarna in het kader van herstel van oorlogsschade in 1964 de huidige brug over het Oude Maasje is gebouwd. De restanten van de oude opgeblazen brug van 1891 werden gelijktijdig verwijderd en voor schroot verkocht. 

De schrootopbrengst was toen ruim f 12.000,-

brugoudemaasje

brugoudemaasje2