Afgelopen jaar is tijdens groot onderhoud aan de hervormde kerk van Sprang onder andere een drainageleiding rond de buitenmuren aangelegd. Dit vanwege vochtoptrek in de muren die het stucwerk aantast. Bij het graven van de sleuf waar de drainageslang in kwam te liggen zijn onder het maaiveld aan de zuidkant van de kerk een kleine en een grote gemetselde boog ontdekt. De kleine boog was binnenin dichtgemetseld. De grote boog bevindt zich meteen links naast de steunbeer ten westen van het kleine zijdeurtje bij het zuid transept en is bijna 4 meter breed. De boog loopt aan de onderzijde tot op het vaste witte zand op 1,60 meter onder het maaiveld door tot de vaste ondergrond van wit zand. De boog was niet dichtgemetseld en komt dus uit onder de tegelvloer in de kerk. De boog is ook niet dusdanig netjes gemetseld dat er sprake is van ‘schoon metselwerk’. Kennelijk is hij altijd bedoeld om gewoon onder de grond te verdwijnen.

zuidmuur Sprangse kerkAl met al zijn er geen harde conclusies te trekken welke functie de boog ooit heeft gehad, maar het meest voor de hand liggende is dat hier in de kerk de beenderkelder is geweest met een doorgang naar buiten waar dan het beenderhuisje heeft gestaan. In het archief van de kerk worden beiden namelijk genoemd. Zowel in de kerk als buiten in de kerktuin, het kerkhof, is tot 1829 begraven. Zodra er ruimtegebrek ontstond om nog te kunnen begraven werden de beenderen verzameld in de beenderkelder (binnen) of in het beenderhuisje (buiten). Van de boog is een uitvoerige omschrijving met maatvoeringen opgesteld, dus als nog verder onderzoek gewenst is dan kan hier gebruik van gemaakt worden. Niet alleen bij het aanleggen van de drainleiding maar ook bij de herinrichting van de kerktuin zijn bij de graafwerkzaamheden menselijke botresten opgegraven. In samenspraak met de aannemer van het grondwerk die alle reconstructiewerkzaamheden in de kerktuin heeft uitgevoerd, is besloten om kist nieuwe grafalle vrijkomende grond naar hun bedrijf af te voeren daar te zeven zodat alle botresten verzameld konden worden. In totaal werden twee kuipen vol verzameld. Uit respect voor het voorgeslacht dat rond de kerk begraven ligt, is besloten om deze beenderen opnieuw in de kerktuin te begraven. Deze herbegrafenis heeft zaterdagochtend 18 maart plaatsgevonden. Een groep belangstellenden, waaronder een vertegenwoordiger van onze heemkundevereniging, wachtte de rouwauto bij de toren van de kerk op waarna de kist naar het nieuwe graf gebracht werden. Na een korte plechtigheid met een enkel woord van dominee Plug en een gedicht dat door CVK voorzitter Jacob Uijl werd voorgelezen, werd de kist op traditionele wijze met touwen in het graf neergelaten. Op het graf komt geen steen maar tegen de kerkmuur komt een plaquette om de plaats aan te duiden.
De belangstellenden werd daarna in het jeugdcentrum naast de kerk nog een kopje koffie aangeboden om zo de bescheiden plechtigheid af te sluiten. Treffend was het gedicht van stadsdichter Joep Trommelen in Weekblad Waalwijk:

kist begraven

 
Oude botten
Eeuwenoud maar niet vergeten                             
Opgegraven bij de Sprangse kerk
De dood heeft hen niet uitgewist
 
Naamloos maar o zo menselijk
Dwaalden zij rond in oude aarde
Tot de armen hen weer inzich sloten
 
Oude botten spiegelen zich in de toekomst
Want wie zo met het verleden omgaat
Heeft ook oog en hart voor wat nog komt