PARIJS-AMSTERDAM IN DE NAPOLEONTISCHE TIJD

In "Bruggeske" 1998-2 is de seinketen Parijs-Amsterdam beschreven. Dat betekende, dat de spits op de Sprangse kerktoren, daterende van 1475, moest wijken voor een "Chappe-telegraaf". Vervolgens heb ik in een afzonderlijk artikel de inspanningen van het gemeentebestuur van Sprang vermeld om in 1821 een nieuwe spits - de huidige - op de toren aan te brengen.

Maar wat mij intrigeerde was wie de spits van 1475 in 1810/1811 van de toren heeft verwijderd. In de rekeningen van de gemeente Sprang van 1810 en 1811 heb ik geen uitgaven voor dat doel aangetroffen. Wat ik wel vond in het oud-archief is een brief van Fremin de Beaumont, Prefect van het departement van de Monden van de Rijn. Tijdens de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk (1810-1813) was Nederland nl. opnieuw ingedeeld in departementen en behoorde Sprang, evenals het grootste deel van Noord-Brabant, tot bovengenoemd departement. Het kaartje op de volgende bladzijde geeft daarvan een overzicht.

De verwijdering van de torenspits, daterende van 1475, van de kerktoren werd ingeleid door genoemde in het Frans geschreven brief van de Prefect, die ik hierna heb opgenomen, evenals de vertaling daarvan. Daaruit blijkt, dat de verwijdering van de torenspitsen was opgedragen aan Abraham Chappe, de directeur van de Telegraaf. In het boek "Een tijding met de snelheid des bliksems", onder redactie van Rob Korving (conservator van de afd. telecommunicatie van het P.T.T.museum in Den Haag) en Bart van der Harten, wordt o.a. de seinketen Parijs-Amsterdam beschreven. Omdat noch in de rekeningen van de gemeente Sprang noch in die van Dongen over 1810-1811 iets wordt gevonden over van gemeentewege gedane uitgaven voor verwijdering van de torenspitsen, mag worden aangenomen, dat Abraham Chappe alles rechtstreeks ten laste van de Franse schatkist heeft betaald. Blijft nog de vraag wat er gebeurde met de afkomende materialen.
Abraham Chappe maakte vele aantekeningen in zijn carnet, zijn zakboekje. (zie "Bruggeske" 1998-2, blz. 18) Uit die aantekeningen wordt duidelijk, dat Abraham voor het werk aan de kerktorens gebruik maakte van plaatselijke arbeiders. Regelmatig komen de tegelzetter, de dakdekker, de timmerman, de smid en de metselaar in zijn rekeningen terug. Uit zijn carnet is daardoor goed af te leiden wat er allemaal aan een kerktoren moest gebeuren alvorens er een telegraaftoestel op kon worden geplaatst. Eerst werden het leien dak en het houten frame van de torenspits verwijderd. Door wie dat gebeurde is onduidelijk. In het zakboekje komen geen betalingen voor dit soort werk voor. Misschien viel het onder de opdrachten, die Chappe gaf aan de dakbewerker of aan de timmerman, aldus vorengenoemd boek van Korving en Van der Harten. Dat boek vermeldt een aardig voorbeeld van Abraham's aantekeningen in zijn carnet, voor de verwijdering van de torenspits op de Ned. Herv. kerk te Dongen. Voor Sprang bevat het boek daarover geen mededelingen. Maar omdat de werkzaamheden in Sprang en Dongen ongeveer soortgelijk geweest zullen zijn, vermeld ik hier hetgeen over de torenspits van Dongen in genoemd boek "Een tijding met de snelheid des bliksems", pag. 40 uit het carnet is opgenomen, zodat u daarvan een indruk krijgt.

Dongen:
Maken van een dak met acht spanten, aanbrengen van een luik van 18 bij 20 (duim) dat opent naar buiten en dat rust op een blok hout. Aanbrengen van 4 steunbalken om de ladder te ondersteunen. Maken van 3 gaten (twee), een van acht duim voor de verrekijker naar Sprang-Capelle en de ander van zes duim voor de verrekijker naar Bavel en het andere van 8 duim voor de kachelpijp. Maken van een venster van 18 bij 20 duim. Aanbrengen van klampen aan de onderkant van de ladder. Na de plaatsing van het toestel moest het dak rondom de ladder en de gaten voor de koorden en stangen van het telegraaftoestel waterdicht worden gemaakt. Dat gebeurde met loodslab (dun uitgewalst lood): Dakbedekking: Een strook van 24 bij 8 duim. Een brok voor het luik. De dakbedekking laten aanbrengen. Een strook (lood) van 24 voet lang aanbrengen rond het bordes. In Dongen is ook het brok voor het luik (?). Het metrieke stelsel werd blijkbaar nog niet algemeen toegepast, ondanks het feit dat het reeds een paar jaar eerder was ingevoerd. Chappe gebruikte nog steeds de oude maten zoals de voet, de duim en de lijn. Waarvoor het brok (lood?) uit de tekst bestemd was, weet ik niet; misschien was het een contragewicht voor het luik naar het dak. Wat verderop in de tekst staan de bedragen die hij in Dongen voor het aanbestede werk betaalde:

De 27e november (1810) voor het rijtuig dat gereedschap van Dongen naar Bavel heeft gebracht. Deze som is verschuldigd.
De 29e november aan de timmerman. Op een rekening: 126 frank
De 29e aan de meestermetselaar Nicolaas Koenen: 46 frank, 40 centimes
De 8e februari aan de timmerman: 128 frank, 60 centimes
De 8e (februari) aan de hoefsmid: 21 frank, 50 centimes
De 8e (februari) aan de koetsier: 15 frank, 60 centimes
De 8e (februari) aan de metselaar: 62 frank, 90 centimes.

Alle uitgaven zijn in Franse franken of in Franse kronen (= 5,8 frank). Ook als Chappe zijn personeel in guldens of duiten betaalde, rekende hij dat om naar de Franse munteenheid.

Tot hiertoe het boek.
Voor de aanstelling van medewerkers aan de Telegraaf zouden blijkbaar invaliden de voorkeur genieten. Evenwel wordt op blz. 43 van het boek vermeld: "maar het merendeel van de nieuwe medewerkers was niet invalide. Ze waren meestal afkomstig uit de plaats waar een telegraafstation was gevestigd of uit de buurt daarvan".

In Sprang nam Abraham Chappe eerst André Vos en Jan Hansen , beiden wonende in Sprang, zelf aan, maar later bedacht hij zich blijkbaar. De telegrafist van Sprang werd de heer Arpeau, die uit Heusden afkomstig was. Een Fransman? De naam zou er op kunnen duiden.
De Prefect van het Departement van de monden van de Rijn

Aan de heer burgemeester van de gemeente Sprang.

Mijnheer,

Zijne Majesteit de Keizer en Koning heeft bevolen de telegraaflijn te verlengen van Antwerpen naar Amsterdam. Voor de uitvoering van deze installatie is het nodig een telegraaf te plaatsen op de klokketoren van de gemeente Sprang.
Ik nodig u uit, mijnheer, met alle middelen die in uw vermogen zijn, de heer Abraham Chappe, directeur van de telegraaf, belast met deze werkzaamheden, te helpen en niet te dulden, dat er enige belemmering wordt veroorzaakt.

Met de meeste hoogachting,

Fremin de Beaumont

's-Hertogenbosch, 29 september 1810.