In gesprek met Gerrit Haverhals

Gerrit Haverhals in gesprekrGerrit, ik ken je van de mulo in Sprang-Capelle. Kom je uit Sprang-Capelle?
Nee, ik ben geboren in Kaatsheuvel op de Hoge Zandschel. Daarna verhuisd naar de Zuidhollandsedijk, (aan de Kaatsheuvelse kant). Ik ben ook naar de lagere school gegaan op de Zuidhollandsedijk. Toen ik trouwde ben ik gaan wonen in de Irenestraat in Vrijhoeve. Hier heb ik acht jaar gewoond en heb toen een huis gebouwd op de Oude Zandschel. Ik heb zo’n beetje alle schellen gehad en ben dus een echte Kaatsheu-velse, maar ik leef voornamelijk in Sprang-Capelle wat betreft voorzieningen, vereni-gingen en kerk.
Je hebt op de mulo gezeten toch?
Dat klopt. Van 1965 tot 1969. Heb op 2 juni 1969 mijn diploma gehaald en ben op 16 juni gaan werken bij de Raiffeisenbank in Raamsdonksveer. Dat was het hoofdkantoor, en in Sprang en Capelle waren kantoren, die samen met ’s Graven-moer, Lage Zwaluwe en Waalwijk de bank ‘Langstraat-West’ vormden.
Hoe kwam je daar zo terecht?
In de jaren 60/70 werd gestart met het storten van salarissen op een bankrekening. Tot die tijd was het gebruikelijk dat het salaris contant werd uitbetaald. Er kwamen bij de bank veel nieuwe klanten die een rekening wilden openen. De directeur van de Raiffeisenbank had aan de heer Hoogeboom, directeur van de mulo, doorgegeven dat er vacatures waren; daar heb ik op gesolliciteerd en ben als jongste bediende gaan werken. Ik moest daar adresplaatjes aanmaken, afschriften stempelen e.d. en later aan de balie klanten bedienen. Ik kon gelukkig meerijden met Adriaan Verhoeven, dus hoefde niet met de fiets. Naast het werken moest er in de avonduren natuurlijk ook gestudeerd worden. In 1973 kwam er een vacature in Waalwijk, in de Stationsstraat; daar ben ik toen gaan werken. Piet Pruijssers woonde toen boven de bank. Daarna moest ik in militaire dienst, gelegerd in See-dorf, Duitsland.
En na je militaire dienst?
Op 1 november 1975 zijn de Boerenleenbank en de Raiffeisenbank samengegaan (zie 100 jaar Raiffeisen/Boerenleenbank in Sprang en Capelle in ‘Bruggeske’ van 2021 nr. 1).
Op die datum kwam ik ook uit militaire dienst en ben ik twee jaar beheerder geweest van het kantoor in Sprang. In 1977 ben ik hoofd kas en kantoren geworden van het hoofdkantoor aan het Raadhuisplein. Op 1 januari 1997 is de bank gefuseerd met de bank in Waalwijk. Dezelfde datum waarop de samenvoeging van de gemeente Waalwijk en Sprang-Capelle een feit was. Tot 2010 heb ik bij de bank gewerkt; na 40 jaar ben ik gestopt.
Dat is een hele tijd. Je bent getrouwd. Waar heb je je vrouw leren kennen?
Mijn vrouw Janny Langenberg komt uit Culemborg en heb ik haar leren kennen op een verjaardag van mijn vriend die verkering had met haar zus. Wij zijn in 1978 getrouwd, en zoals gezegd gaan wonen in de Irenestraat. In 1986 zijn we verhuisd naar de Oude Zandschel. Wij hebben elf kinderen gekregen en hebben 24 kleinkinderen. De kinderen wonen bijna allemaal verspreid over Nederland. Bijzonder is dat ze iedere zomer allemaal tegelijk op vakantie komen op de Oude Zandschel; ze slapen dan in een van de acht slaapkamers en in een tent of caravan in ons bamboebos.
Hoe ben je betrokken geraakt bij onze heemkundevereniging?
Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de plaatselijke kerkdorpen. Wijnand Konings draaide vroeger al dia’s in Zidewinde; die avonden bezocht ik graag. Daar kwam ik ook in contact met Teun Vos, Schalkwijk, Van Prooijen en Annie Haverhals.
Da’s lang geleden.
Dat klopt, ik ben vanaf het begin betrokken geweest bij de vereniging. Niet actief, meer op de achtergrond. Een mooie herinnering is het feit dat de vereniging een bankrekeningnummer nodig had. Wijnand Konings was penningmeester en kwam naar de bank. Hij moest een makkelijk banknummer hebben. Vroeger hadden de banken computerlijsten met nummers die uitgegeven konden worden. 3342 waren de eerste vaste cijfers van Sprang-Capelle, en op de lijst stond het ‘makkelijke’ nummer 48.000. En dit nummer wordt nog steeds gebruikt.
Maar nu ben je toch actiever? Als ik bij ‘Ons Heem’ kom zie ik je regelmatig.
Dat klopt, ik zit in de dialectgroep.
Hoe kan dat als Kaatsheuvelse?
Het dialect van de Zandschel komt overeen met het Capelse dialect. Als de dialect-groep bijeenkomt, ontstaan er vaak leuke discussies tussen de Sprangse en de Capelse leden. Verder leg ik nog graag contacten met mensen die ik in mijn leven heb ontmoet. In 2004 een lezing gehouden over 85 jaar Rabo in Sprang-Capelle, het mede opzetten van een tentoonstelling e.d., zoals 80 jaar bevrijding en recent nog 60 jaar Zidewinde. Medeschrijver van het kerkenboek en het boek over de begraafplaatsen en gebruiken uit het verleden. Uitnodigingen bezorgen en lezingen bijwonen met de nodige contacten van bekenden uit ons dorp om het nog eens over ‘vroeger’ te kunnen hebben.
Ook ben ik bij toerbeurt verantwoordelijk voor het openen en het sluiten van ‘Ons Heem’ op donderdagmiddag. Ik heb altijd belangstelling gehad voor het verleden van Sprang-Capelle. Het protestantse karakter van het dorp met zijn verschillende kerken,
temidden van de omliggende dorpen met voor het merendeel het katholieke geloof en het respect voor elkaar. Ik vind het belangrijk de geschiedenis en het ontstaan van Sprang-Capelle met zijn eigen gebruiken levendig te houden, zoals o.a. de zondagsrust die hier altijd is geweest.
Dank voor het prettige gesprek, Gerrit.
Marja de Bie